VPW

Vakorganisatie voor medewerkers van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

  • Over VPW

  • Archief

Onderhandelaarsakkoord ABP-pensioenregeling voor 2014

Posted by vpwadmin op 16 september 2013

Onderhandelaars van de Centrales van Overheidspersoneel (bonden) en de werkgevers bij onderwijs en overheid hebben vandaag, 16 september 2013, een akkoord bereikt over een aanpassing van de ABP-regeling. De overeengekomen veranderingen gaan vanaf volgend jaar in. Zij gelden voor alle burgerlijke ambtenaren in het onderwijs en de overheid.

Op 17 oktober 2013 zullen de onderhandelaars elkaar in de Pensioenkamer weer treffen en het resultaat van de achterbanraadpleging bekend maken.
De wijzigingen vloeien voort uit nieuwe belastingregels voor pensioenen in Nederland. Deze regels gaan in op 1 januari 2014.
De aanpassing van de regeling ziet uitsluitend op de consequenties van de nieuwe fiscale spelregels vanaf 1 januari 2014. Op dit moment loopt er nog een politieke discussie over een verdere versobering vanaf 1 januari 2015. Deze kan leiden tot een hernieuwd gesprek over de vertaling van de opnieuw aangescherpte regels. Dat geldt ook voor de nieuwe spelregels, het nieuwe financieel toetsingskader, die de regering aangekondigd heeft rondom het thema zekerheid.
Vanaf 1 januari 2014 moeten pensioenfondsen rekenen met een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. Ook moet de jaarlijkse pensioenopbouw met 0,1 % (punt) verlaagd worden. Door deze versobering bouwen deelnemers aan de ABP-regeling in de toekomst minder pensioen op.
Minder opbouw betekent ook een lagere kostprijs en een lagere premie. De discussie van de afgelopen maanden ging voornamelijk over de vraag of en hoe de vrijvallende gelden besteed zouden moeten worden.
De centrales hebben ingezet op een herbesteding in het pensioendomein, terwijl werkgevers initieel het vrijvallende geld voor arbeidsvoorwaardenontwikkeling wilden gebruiken.
Doordat de premie die het ABP volgend jaar met inachtneming van de nieuwe fiscale regels moet vragen, lager is dan de huidige premie komt er geld beschikbaar. In dit onderhandelingsakkoord is geregeld dat het grootste deel van de vrijval aan werkgeverszijde in het pensioendomein besteed zal worden.
Dat gebeurt door de premie, die op dit moment geheven wordt om de in 2005 gesloten VPL-deal te financieren, anders te verdelen. Het werknemersdeel in deze premie nemen de werkgevers voor hun rekening. Voor de werknemers leidt dat tot een netto koopkrachtverbetering van circa 2 %. De exacte omvang is afhankelijk van het inkomen.
Voor werkgevers leidt dat tot een stijging van de premie. Deze wordt gecompenseerd door de vrijval. Omdat deze in eerste instantie onvoldoende is, zal de premieverdeling tussen werkgever en werknemer, die nu 70 % om 30 % is, de eerste jaren iets verschuiven.
In het akkoord zijn ook afspraken gemaakt over de vraag wat er gaat gebeuren als de premie die de werkgevers voortaan voor hun rekening nemen gaat stijgen boven de 2,5 %.

Sorry, the comment form is closed at this time.

 
%d bloggers op de volgende wijze: