VPW

Vakorganisatie voor medewerkers van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

  • Over VPW

  • Archief

De absurde topinkomens in de publieke sector

Posted by vpwadmin op 7 juni 2006

Woensdag, 7 juni 2006

Waarom verdient de president van de centrale bank van de Verenigde Staten maar een schijntje vergeleken met de president van de Nederlandsche Bank: 120.000 euro versus 390.9000 euro? En waarom valt het salaris van de laatste weer in het niet bij dat van de president van de Bank Nederlandse Gemeenten: 701.900 euro? Het verschil laat zich onmogelijk herleiden tot macht, invloed of betekenis, want dan zou de volgorde precies omgekeerd moeten zijn. Alan Greenspan, die tot voor kort president van de Amerikaanse federale bank was, is een reus vergeleken bij onze Nout Wellink van de Nederlandsche Bank, die op zijn beurt weer royaal Pim Vermeulen overschaduwt van de VNG.

We staan hier voor een raadsel, dat slechts te doorgronden valt voor wie in staat is om onderscheid te maken tussen wat privaat is en tot de markt behoort en wat publiek is en dus deel uitmaakt van het publieke domein. In een land als de Verenigde Staten kent men dat verschil. In dat land wordt niet gezeurd over de topsalarissen in het bedrijfsleven, dat moet ieder bedrijf voor zichzelf uitmaken, dat is een zaak van de markt en als het de markt niet bevalt dan moet de markt daar zelf maar paal en perk aan stellen, hetzij omdat de Raad van Commissarissen (lees de aandeelhouders) aan de bel trekken, hetzij de werknemers en/of de consumenten in het geweer komen. Maar zolang die niet piepen is er wat Amerika betreft niets aan de hand.

Daarentegen valt er in Amerika niet te marchanderen met de salarissen in de (semi-) publieke sector. Dat is geld van de belastingbetaler, dat wordt opgebracht voor het verrichten van publieke diensten. Daar heeft de gemiddelde Amerikaan zeker geld voor over en wat hem betreft mag een functionaris in publieke dienst ook best een behoorlijk salaris verdienen, maar het moet vooral niet te gek worden. En dus verdient de president van de Verenigde Staten zo’n tweehonderdduizend euro en blijft de president van de vaak als almachtig omschreven centrale bank daar met z’n inkomen ver onder. In Nederland daarentegen is de wat in de wandeling wel genoemd wordt JP-norm (het niet meer mogen verdienen dan het inkomen van Jan Peter Balkenende) nog lang niet in zicht. Sterker nop, uit een onderzoek van het weekblad Intermediair blijkt dat de topinkomens in de (semi-) publieke en non-profitsector vrolijk door blijven stijgen, ondanks de sterker wordende roep dat het inkomen van de premier (164.000 euro bruto) ook hier de norm zou moeten zijn.
Ra, ra, hoe kan dat? Als gezegd, ik denk dat we hier geen onderscheid kennen tussen het publieke- en het private domein. De laatste jaren hebben we alles wat de markt doet heilig verklaard. Hele overheidssectoren werden geheel of gedeeltelijk geprivatiseerd en de aldus afgeslankte overheid werd geacht als een bedrijf te werken. Gevolg: het private, de markt drong ver door in het publieke, wat weer de toon zette voor het uitbetalen van zogenaamde marktconforme salarissen. De redenering is kennelijk, als iemand in het bedrijfsleven dat en dat kan verdienen, dan kunnen wij als overheid niet achterblijven. Tegenwoordig vinden we het daarom normaal dat een secretaris-generaal meer verdient dan zijn baas, de minister, en normaal ook dat in andere sectoren soms zelfs het viervoudige wordt uitbetaald.
Waarom eigenlijk? Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Behalve dat ook hier blijkt dat de vermenging van het publieke en het private fataal is. Wat in het bedrijfsleven een aanbeveling is, veel geld verdienen, is voor een overheid eigenlijk een doodzonde. Een overheid moet het hebben van integere, hard werkende mensen met een meer dan gemiddelde belangstelling voor de publieke zaak. Als zulke mensen buitensporig veel geld verdienen, wekken zij bewust of onbewust de indruk dat het hen primair om het geld is begonnen. Dat wekt geen vertrouwen in de overheid. Daarom moeten publieke functionarissen daar ver van blijven.
Ten slotte hoeft een overheid ook niet beducht te zijn dat zij tegen een ‘normaal’ salaris geen geschikte mensen zou kunnen aantrekken. Dat is niet zo, blijkt wel in de Verenigde Staten. Bovendien als zij het echt goed doen bij de overheid, dan komen de meeste van hen vroeg of laat toch wel aan hun trekken. Eerdergenoemde Greenspan krijgt inmiddels 180.000 dollar per optreden in het lezingencircuit. Bovendien heeft hij een contract gesloten voor zijn memoires voor een bedrag van acht miljoen dollar.

Kortom, er bestaat dus geen enkele grond voor die absurde salarissen in de (semi)publieke sector. Dat beseft de politiek inmiddels ook wel. En er wordt ook aan gewerkt. Het curieuze is alleen dat het nog jaren zal duren voor er echt orde op zaken wordt gesteld. Dat doet de publieke zaak geen goed.

Dit artikel is geschreven door Willem Breedveld/columnist van CNV

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: